Katendrecht Rotterdam - www.opKatendrecht.nl             
      een 'levende' en onafhankelijke site              

         click hier voor de algemene index                  

   

EAT & MEET

Hoe het begon: Eetwijk Feijenoord

De basis voor Eat & Meet is in 2005 gelegd (en eigenlijk al in de periode daarvóór, toen de eerste plannen zijn gemaakt). Het Kenniscentrum Stedelijke Vernieuwing heeft een en ander inzichtelijk samengevat:

"Multicultureel smullen in Eetwijk Feijenoord, Rotterdam
Aan het Afrikaanderplein in Rotterdam is het sinds eind 2005 goed toeven. Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam realiseert hier het hart van Eetwijk Feijenoord, samen met partijen als Vestia, Ontwikkelingsmaatschappij IJsselmonde, deelgemeente Feijenoord en horecagigant Rob Baris. In de African Inn kan iedereen straks terecht voor een eenvoudige, betaalbare maaltijd. Het voormalig gemaal dat daar tegenover staat, is een up-market eetgelegenheid geworden dat in mei 2006 haar deuren heeft geopend. Ook de begane grond van de Vestia-nieuwbouw wordt ingevuld met horeca, en de versmarkt - met wekelijks vijftigduizend bezoekers een van de grootste in Nederland - ondergaat tegelijkertijd een grootschalige modernisering.

Uiteindelijk doel is dat de hele wijk bekend wordt als 'eetwijk' zodat haar economische aantrekkingskracht versterkt. Het eerste lokale initiatief was er al voordat het concept Eetwijk bestond: de African Queens. De groep vrouwen die hapjes verzorgde tijdens een borrel van de bewonersorganisatie, is inmiddels uitgegroeid tot een zeer professionele kookclub, die in de vorm van catering, workshops en dieetadviezen een multuculturele mix van lekkernijen biedt. Najaar 2005 openden ze een eigen keuken op een zeer centrale plek in de wijk. Dit is mede mogelijk gemaakt doordat de African Queens werden verkozen tot Groeibriljant. Op deze manier ondersteunt de gemeente verrassende particuliere initiatieven met een positief economisch en sociaal effect.

Het streven is dat ook voedinggerelateerde ondernemingen, zoals winkels met etenswaren en kookspullen, zich in de Eetwijk gaan vestigen. Inzet van het Rotterdamse stimuleringsinstrument 'Kansenzones' trekt hopelijk bestaande ondernemers over de streep zich eveneens aan te sluiten; Eetwijk Feijenoord is een van de acht Economische Kansenzones in Rotterdam. Synchroon aan het Eetwijk-concept hebben ook het onderkomen van de weekmarkt en het nabij gelegen park een flinke facelift gekregen.

Marktrestaurant 't Gemaal
Restaurant ’t Gemaal speelt een sleutelrol in ‘Eetwijk Feijenoord’. Het marktrestaurant is opgericht door A2 StAdsontwikkelAAr en chefkok Rob Baris en heeft de uitgesproken missie een verbindende rol te vervullen op Rotterdam-Zuid. Zo gebruikt het restaurant zo veel mogelijk producten van de nabij gelegen Afrikaandermarkt en werken in de bediening en de keuken 24 leerlingen van het Albeda College. Zij krijgen hier hun horeca-opleiding en worden klaargestoomd om elders aan de slag te gaan, bij voorkeur in nieuwe restaurants, eethuisjes en winkeltjes in de Afrikaanderwijk. Ook hoopt 't Gemaal een veilige haven te bieden aan de African Queens, en een stevige impuls te geven aan het tot stand brengen van Eetwijk Feijenoord.

Het marktrestaurant is in eigendom van corporatie Vestia en gevestigd in het karakteristieke machinegebouw uit 1889 van het watergemaal, dat in het naastgelegen pand nog steeds een deel van Rotterdam-Zuid bemaalt. Naast een marktmenu biedt het restaurant ook food for thought. Zo staat 'een gezamenlijke vastgoedontwikkeling' als voorgerecht op de kaart en kan men als hoofdgerecht kiezen voor 'een maatschappelijke exploitatie'. Wanneer er dan nog ruimte is voor een desert, is 'een positieve gebiedsontwikkeling' een goede optie.

Marktrestaurant 't Gemaal is ook financieel een gezamenlijk project van A2 StAdsontwikkelAAr en horeca-exploitant Rob Baris. Met Heineken wordt naast de bedrijfsmatige ondersteuning ook het marketingconcept voor de komende jaren nader uitgewerkt.

In mei 2006 zijn vijf culinair ondernemers - pioneers van de Eetwijk - onderscheiden als 'Eetwijksupporter'. Te weten: Rob Baris van marktrestaurant 't Gemaal, Nino Cosentino van IJssalon Nino, Saed Abdelouahab van Bakkerij Fes, Hubert Trinidad van tv-programma Smullen met Hubert en Mart Jan Wildeboer van Restaurant Solo".

Op 16 mei 2006 werd het restaurant door de toen aanstaand wethouder Dominic Schrijer geopend. In december 2007 ging 't Gemaal failliet, met in het kielzog de bedenker en mede-participant A2 StAdsontwikkelAArs. Rob Baris wist een faillissement te ontlopen. Na nog enkele pogingen om een andere horecaondernemer in 't Gemaal te krijgen, is er uiteindelijk voor gekozen om het pand een culturele bestemming te geven (op initiatief van TENT, CBK, Kosmopolis Rotterdam en het Historisch Museum Rotterdam; 't Gemaal nieuwe stijl wordt ondersteund door Pact op Zuid en door Vestia. En hadden die twee laatstgenoemden niet even kunnen ingrijpen om Eetwijk en daarmee ook Eat & Meet voor dit debâcle te behoeden?). Overigens heeft ook het aan de andere kant van het Afrikaanderplein gelegen restaurant Solo het niet gered. Dit alles ondanks de betrokkenheid van de mensen van A2, Albeda College, Heineken, Rabobank en Vestia en ondanks subsidies van de gemeente Rotterdamen 'Brussel'. Een aantal meer kleinschalige initiatieven in de Afrikaanderwijk hebben het overigens wél gered.

Eat & Meet

Desondanks is de idee van de Eetwijk door vele partijen omarmd. Sterker: de gemeente Rotterdam heeft het concept verbreed tot de wijken Feijenoord en Katendrecht. Het moet - en deze tekst is nogal gebaseerd op de prima studie van Ecorys Nederland BV van 21 juli 2009 - de verbindende schakel zijn tussen vernieuwende projecten als de ss Rotterdam, het European China Centre ECC, de Wilhelminapier en de Rijnhaven - met als symbool de toekomstige brug tussen de Kop van Zuid en Katendrecht. Het is gericht opde ontwikkeling van horeca, retail, cultuur, stadstoerisme en evenementen op de knooppunten zoals het Afrikaanderplein, Deliplein, de Vuurplaat en het Entrepotgebied. Dat moeten de 'thuishavens' worden van de nieuwe Zuiderlingen in het gebied. Maar het streven is ook om met dit concept méér mensen naar Zuid te krijgen. Tevens richt het concept zich op het profijf dat Zuiderlingen kunnen hebben van de huidige en toekomstige grootschalige economische ontwikkelingen in de vorm van werkgelegenheid, stageplaatsen en nieuwe vormen van onderwijs.

Ecorys is gevraagd een onderzoek uit te voeren naar de economische haalbaarheid en de economische effecten van het concept Eat & Meet, als een van de 'kanskaarten' van het Pact op Zuid. Belangrijk is deze constatering van Ecorys: "Waar een eerdere versie van het concept (Eetwijk) op onderdelen leed aan de risico's van pionieren (kwetsbare start, nog te beperkt draagvlak), is de kans op succes de komende jaren groter". Daarbij wordt wel nadrukkelijk aangegeven dat leegstand funest is voor de beleving. Plus: hoe mooi het concept ook moge zijn, door de economische recessie van 2009 is er natuurlijk minder geld beschikbaar om te investeren en zullen ook bezoekers minder uitgeven en ook minder komen. Dit heeft vanzelfsprekend invloed op de ontwikkelingen.

Ecorys is opbouwend kritisch en noemt de dingen duidelijk bij de naam, zoals:
- Zijn er (ten opzichte van de metrostations) 's avonds 'bewandelbare'
  routes, zowel qua uitstraling en veiligheidsbeleving als qua afstand?
- Zijn de drie knooppunten (i.c. Afrikaanderplein, Deliplein, Entrepot-
  gebied) van het concept goed gekoppeld, zowel in fysieke zin (loop-
  routes, de Rode Loper, verwijzingen) als in programmatische zin (om-
  vang en type aanbod, samenwerking en arrangementen)?
- Gaat het Rondje Rijnhaven wel slagen? Want ook als de vooralsnog
  onvoldoend aantrekkelijke route aangepast wordt, zijn de loopafstanden
  nog altijd te groot.
- Is de concurrentiekracht van de drie knooppunten (zowel onderling als
  met de stad) groot genoeg?

En op grond daarvan komt Ecorys, zonder daarbij overigens nader in te gaan
op het voor Katendrect gekozen concept (i.c. culinair, cultureel en/of creatief)
met een aantal randvoorwaarden:
- mik niet op het zelfde publiek (wil niet stadsbreed zijn, maar wijk-
  verzorgend);
- organiseer een eigen verleiding (wees bijzonder, kies een eigen
  invalshoek);
- stick to a different league (wil niet te groot worden, anders kom je in
  hetzelfde vaarwater);
- zorg voor een goede 'branding' (waarbij aangegeven is dat de 'branding'
  van Katendrecht succesvol is, gelet op het 'Kun jij de Kaap aan?'.

Voor Katendrecht vloeit hieruit voort, nog steeds volgens Ecorys, "dat met name voorzichtig moet worden omgesprongen met zowel de horeca op het Deliplein als de uitbreiding van Theater Walhalla: hier moet een zeker 'niche'-karakter met kleinschaligheid behouden blijven. Op cultureel gebied zal naar onze mening vooral afstemming tussen Walhalla en de vestiging van Lantaren/Venster op de Kop van Zuid (als hier ook theater/dans wordt geprogrammeerd) van groot belang zijn. Er moet qua programmering / klanten niet in dezelfde vijver worden gevist. Het beste zou zijn als beide instituten samen gaan werken en onderling de mogelijkheden / disciplines verdelen".

Vervolgens constateert Ecorys dat er zowel op het gebied van 'eat' als 'meet' al veel op het Deliplein is gebeurd: "Er wordt veelvuldig ge'meet' in het Theater Walhalla en de vanuit het theater georganiseerde evenementen. Op het plein kan men inmiddels ook op meerdere locaties terecht om te eten en voor biijzondere producten als cult-video's, sambal en tatoeages".

Interessant is vervolgens tabel 2.2. op pagina 16 van de studie. Op grond daarvan worden/werden de volgende ontwikkelingen verwacht:
-            juli 2009: opening Thais restaurant
-    oktober 2009: opening restaurant De jonge de Jong
- december 2009: opening Bakkerswinkel (= Kantine Katendrecht)
- december 2009: opening lunchroom (idem)

- december 2009: opening Taartenwinkel (idem)
- december 2009: opening lunchroom (Sumatraweg)
-         2012-2013: opening nieuw Theater Walhalla in loods [Fenix]
-         2012-2013: opening restaurant in loods [Fenix]
-         2012-2013: opening Muziektheater van Codarts in loods [Fenix].
De Warmoesmarkt wordt overigens niet genoemd.

Ecorys geeft aan dat uiteindelijk het doel natuurlijk is om een self-fulfilling prophecy te creëren: "meer nieuwe voorzieningen trekken meer nieuwe bewoners/ondernemers aan die weer meer nieuwe voorzieningen creëren met als gevolg dat de gebieden weer populairder worden, etc., etc. Als gezegd zijn horeca en culturele voorzieningen hier cruciale schakels in en die kunnen ook succesvol zijn, met dien verstande dat er niet een andere schakel in de ketting breekt (voortgang woningbouw, fysieke leefkwaliteit, veiligheidsbeleving). Het 'Eat & Meet'-concept moet (puur commercieel gezien; wat kan de markt aan?) niet te snel te veel willen bereiken op te veel verschillende plekken, maar werken vanuit een consistente middellange termijnstrategie: de komende jaren zijn een doorstart; het is een ingroeimodel".

Ecorys sluit af met: "De aanhouder wint! Dit draagt ook in zich mee dat het cruciaal is dat er de komende jaren structureel wordt geïnvesteerd in het scheppen van de juiste ruimtelijke mogelijkheden, in infrastructuur, ondernemersondersteuning (werk met ingroeihuren of omzethuren), in voorzieningen en het organiseren van massa (bijvoorbeeld door evenementen)" plus natuurlijk de al eerder genoemde sociale veiligheid op en rond het Deliplein "waardoor de ondernemers de kans krijgen te gedijen. Het kan en mag niet zo zijn dat er alleen één keer of jaar wat wordt gedaan; daarvoor zijn de gebieden en functies nog te zeer in de totstandkomingsfase en daardoor te kwetsbaar".

De mening van de politiek

Op 10 september 2009 heeft de Commissie Bestuurlijke Zaken van de deelgemeente de studie van Ecorys besproken, in samenhang met het onderdeel Eat in het visiedocument Stad op Zuid. De aantekeningen van de griffie in de deelgemeentepagina week 38 melden dat de commissieleden nog steeds kritisch zijn. Is er wel genoeg financiëel draagvlak onder de bewoners om de extra horeca te bekostigen? Volgens bestuurder René Kronenberg is er echter met name op het Deliplein veel horeca gesaneerd, zodat er toch wel ruimte is voor nieuwe horeca en dat ook het onderzoek van Ecorys leert dat er nieuwe voorzieningen kunnen komen - zij het niet méér van hetzelfde, maar diversiteit door bijzondere café's en restaurants. Maar dan wel via een integrale aanpak. Kronenberg wees op het plan van aanpak Evenementen dat op 22 september 2009 in de commissie Maatschappelijke Zaken wordt besproken.

Marco van Lent (PvdA) gelooft wel in de ruimtelijke inzet, maar blijft kritisch over het Eat-verhaal. George Verhaegen (Feijenoord in Actie) is tegen het Visiedocument omdat hij niets ziet in de verbindingen tussen het Afrikaanderplein, Deliplein en het Entrepotgebied. 

Ons commentaar op een en ander

Ons commentaar is natuurlijk gericht op Katendrecht. Dat hiervóór - bij Eetwijk - iets over de Afrikaanderwijk staat opgenomen is om aan te geven hoe Eat & Meet tot stand is gekomen.

Ecorys is beslist niet de minste onder de onderzoeks- en adviesorganisaties en de studie is dan ook navenant. Ecorys heeft het onderzoek naar de economische haalbaarheid en de economische effecten van het concept Eat & Meet aangepakt via deskresearch, inventariserende interviews en het combineren hiervan met aanwezige bureau-expertise. An sich een gezonde aanpak. Het is alleen jammer dat geen lijst van geïnterviewden in de rapportage is opgenomen, want dat zou wellicht kunnen verklaren waarom sommige situaties zijn geïnterpreteerd zoáls ze zijn geïnterpreteerd.

Zo zijn we het bijvoorbeeld niet geheel eens met de opvatting van Ecorys dat er op het gebied van zowel 'eat' als 'meet' op het Deliplein al veel gebeurd is. Wél dat er "veelvuldig wordt ge'meet' in het Theater Walhalla en de vanuit het theater georganiseerde evenementen". Níet dat "men op het plein inmiddels ook op meerdere locaties terecht kan om te eten": dat zijn o.a. slechts normaliter Kwiezien, zo nu en dan in de Walhalla en zelden of nooit in het etablissement van Rob Baris. Wat zien we anno juli 2009 dan over het hoofd?

Nee, wat wij constateren is dat het allemaal uiterst traag gaat. Op 17 februari 2004 werd het Deliplein verkozen tot een van de Groeibriljanten in Rotterdam, waarna vervolgens alle vestigingen op het plein met uitzondering van (gelukkig) Tattoo Bob verdwenen. In de loop van 2005 en 2006 duiken dan wat nieuwe vestigingen op en rond het Deliplein op, zoals o.a. verwoord in het Kaapnieuws van december 2006Hottie Sambal (die ondertussen gesloten is), Lunchroom Z&M van Rob Baris (die als zodanig nooit is open gegaan), Stijny (waar de laatste tijd enig 'leven' te ontwaren is), Van Oosterom Kunst & Ontwerp (herkenbaar aan de altijd gesloten gordijnen van Bauke Knottnerus) en de ijverig door vrijwilligers gerunde Videotheek. Sinds eind 2006 zijn daar op het Deliplein slechts Kwiezien,  Theater Walhalla, Deli Bird Thai Kitchen en De jonge De Jong bijgekomen.

Terecht geeft Ecorys aan dat uiteindelijk het doel natuurlijk is om een self-fulfilling prophecy te creëren: "meer nieuwe voorzieningen trekken meer nieuwe bewoners/ondernemers aan die weer meer nieuwe voorzieningen creëren met als gevolg dat de gebieden weer populairder worden". Nogmaals: prima! Maar vooralsnog zijn de tangosalon en Truus Trendy, weliswaar vanuit verschillende oorzaken, nooit open gegaan; is pionier van het eerste uur Hottie Sambal gesloten; en is er al jaren sprake van dat er een warme bakker op het plein komt. Terecht gaf Ecorys als een van de mogelijke oorzaken aan: de recessie. Maar minstens zo belangrijk is natuurlijk dat de maximale subsidie in het kader van de Kansenzone verlaagd is van 100.000 naar 40.000 euro (en die moet óók nog eens voorgeschoten c.q. voorgefinancierd worden) en dat is met name voor ondernemers die al in onderhandeling waren een fikse tegenvaller. Maar met per saldo ruwweg
maar één etablissement per jaar erbij kun je toch niet zeggen dat er "op het Deliplein al veel gebeurd is".

Terecht en een en andermaal waarschuwt Ecorys ervoor om toch vooral voldoende klein te blijven, zowel voor de 'eat' als voor de 'meet': "wil niet stadsbreed zijn, maar wijkverzorgend" en spring voorzichtig om "met zowel de horeca op het Deliplein als de uitbreiding van Theater Walhalla". Tegelijkertijd worden ook vraagtekens gezet bij het Rondje Rijnhaven, met name omdat de loopafstanden altijd te groot zijn. Daar voegen wij aan toe dat de afstand tot het Afrikaanderplein - voor een deel over de fraaie Rode Loper - dan nog wel te doen is, maar dat de afstand tot het Entrepotgebied veel groter is en de overbrugging daarvan met het openbaar vervoer een regelrechte ramp. Zodat wij, in overeenstemming met de separate constateringen van Ecorys, op dit onderdeel maar tot één conclusie kunnen komen: de Eat & Meet knooppunten Afrikaanderplein, Deliplein en Entrepotgebied moeten los van elkaar gezien (en dus ook ontwikkeld) worden. En of we de ontwikkeling van die drie knooppunten dus al dan niet in het bredere ontwikkelingsperspectief van het Rotterdamse stadsgebied moeten bezien, elk der drie Eat & Meet-gebieden neemt, zoals ook Ecorys dat terecht stelt, "in dat krachtenveld een eigen plek in: kleinschaliger, meer gericht op de eigen wijk en buurten".
Natúúrlijk is het stoomschip Rotterdam met stip een bóvenwijkse attractie en ook Codarts zal en mag zich niet beperken tot de Kaap. Tattoo Bob geniet landelijke bekendheid en waardering en Kwiezien heeft in korte tijd voor een 100% bezetting gezorgd die echt niet alleen van Katendrecht komt. Maar daarmee is het Deliplein e.o. nog steeds geen bovenwijks gebeuren en dat zal het ook nooit worden, zelfs niet als de de brugverbinding met de Wilhelminapier (met Hotel New York, diverse andere etablissementen en het op handen zijnde Lantaren/Venster) er is.
Het is cruciaal dat op dit punt een heldere en eenduidige beslissing wordt genomen. Want óf er wordt gegaan voor bóvenwijks (en dat houdt dan in dat ook alle andere etablissementen e.d. in principe bovenwijks moeten zijn) óf de keuze is verder wijkverzorgend (en daar moet de branchering en het wervings- en aannamebeleid van nieuwe etablissementen e.d. dan ook op gericht zijn). Want het Deliplein is - anders dan het Afrikaanderplein en het Entrepotgebouw - zowel qua afmeting als qua achterland (zelfs met de Wilhelminapier 'erbij') veel te klein om op béide paarden te wedden (en zelfs bij het Afrikaanderplein en het Entrepotgebied is het nog maar de vraag of zulk een wedden wél lukt; in ieder geval was de aanpak de afgelopen jaren op beide plekken verre van succesvol - en eerlijk gezegd ook wel voorspelbaar ...).

Welke keus er ook gemaakt gaat worden, laten de beslissers zich daarbij dan realiseren dat 'van alles een beetje' níks is. Een béétje culinair, een béétje cultureel, een béétje creatief: daar kómt men niet voor. De ervaring leert dat een concentratie van horeca (zoals bijvoorbeeld het Stadhuisplein) óf een concentratie van cultureel (zoals bijvoorbeerd de Witte de Wittstraat) een autonome aantrekkingskracht heeft. Met creatief ligt dat ingewikkelder, vaak meer inpandig (zoals de Creative Factory). Het is ook niet voor niets dat zich op en rond het Deliplein door alle jaren heen maar weinig ondernemers hebben gevestigd. Ja, met culturele huurprijzen (zoals bij de Cultvideotheek, Stijny, het theater of Van Oosterom) wilde men nog wel komen, maar bedrijven die commerciële prijzen moeten betalen komen níet, gaan nog steeds maar niet open óf gaan weer weg.
Nee, een buurtsuper is natuurlijk niet 'sexy' en een postagentschap ook niet. Maar al jaren leegstaande ruimten zijn dat evenmin. Steeds weer die gapende etalages, waar gelukkig sinds Chinees Meisje en de Nacht van de Kaap dan nog wat van gemaakt is met foto's, kindertekeningen en in 'ere' herstelde etalageruiten met gordijntjes en teksten als 'peepshow' en 'topless bediening'.

Eigenlijk was dit allemaal wel bekend. Door de jaren heen zijn er immers al diverse interviews gehouden, onderzoeken gedaan en rapporten geschreven. Wat heeft overigens het onderzoek door Ecorys gekost? Maar als dit nu eindelijk écht ergens toe leidt, kan het 't geld nog enigermate waard zijn.

[weer terug naar boven]

[weer terug naar de algemene index]