|
EN ALTIJD KOMEN ER SCHEPEN
Tekst en muziek: Johan Bouman en/of Anton Beuving.
't Was op een dag in januari in Rotterdam, op Katendrecht. Toen heeft haar knul, de blonde Arie haar voor 't laatst gedag gezegd. Hij had gemonsterd op de Vrede voor zeven weken uit en thuis. Nou is 't zeven jaar geleden en nog kwam Arie niet naar huis ...
refrein
Moet zij een boodschap voor de heren, smeert ze 'm naar het Willemsplein om daar vol angst te informeren wie d'r weer bijgekomen zijn. En altijd weer schepen, vreemde prauwen. Ze ziet matrozen, blond en blij daar dan hun plunjezakken sjouwen. Maar wie ze zoekt is er niet bij.
refrein
Vaak wordt ze 's avonds aangeslagen als ze daar aan de kade staat. Soms durft zo'n kerel haar te vragen of ze met hem dansen gaat. Bij zoiets jeuken dan haar handen, maar als 't een zeeman is, die vent dan vraagt ze, hunk'rend van verlangen, of 'ie d'r Arie heeft gekend.
refrein: En altijd komen er schepen aan Katendrecht voorbij. Maar de schuit van Blonde Arie die is er nog steeds niet bij.
[weer terug naar boven]
[weer terug naar de algemene index]
|